1. Pak slim in
Ik dacht vroeger altijd dat ik voor elke dag een andere outfit nodig
had, plus drie paar extra schoenen "voor het geval dat". Doe het
niet! Ik zweer nu bij packing cubes. Het houdt je
tas super georganiseerd en je kunt veel meer kwijt. En neem een
herbruikbare fles mee!
2. Volg de locals
Zit er een menu met plaatjes op het terras en staat er iemand buiten
te roepen dat je naar binnen moet komen? Loop dan heel snel door. Ik
duik meestal twee of drie straatjes verder de zijsteegjes in. Als je
een plek ziet waar de tafeltjes vol zitten met pratende locals, dan
weet je dat het goed zit. Vaak is het eten daar drie keer lekkerder
en de helft goedkoper.
3. Download je kaarten offline
Niets is stressvoller dan ergens in een donker steegje staan en
merken dat je 4G het niet doet. Ik download tegenwoordig altijd de
kaart van de stad in Google Maps voordat ik vertrek. Zo kun je
altijd je weg terugvinden naar je hotel, zelfs als je batterij bijna
leeg is of je geen bereik hebt. Het heeft me al heel vaak gered!
4. Wees flexibel met je plannen
Natuurlijk wilt je die ene beroemde toren of dat museum zien, maar
plan je dag niet van minuut tot minuut vol. De leukste dingen
gebeuren vaak onverwacht: een lokaal festivalletje dat je tegenkomt
of een gezellige markt. Laat ruimte over om gewoon een middagje op
een terrasje te zitten en mensen te kijken. Dat is pas echt
vakantie.
5. Maak een foto van je belangrijke documenten
Dit klinkt misschien saai, maar geloof me: als je je paspoort
verliest, ben je blij met deze tip. Ik maak van alles een foto
(paspoort, verzekering, boekingen) en zet die in een speciaal mapje
op mijn telefoon of in de cloud. Mocht er iets gebeuren, dan heb je
in ieder geval alle info direct bij de hand.